|
Trajecten van vernieuwing
5.1. Technologische ontwikkelingen
C2000
C2000 is het nieuwe digitale communicatie netwerk voor de openbare orde en veiligheid in Nederland. Met C2000 komt er één communicatie netwerk in Nederland, dat gebruik maakt van een Europese communicatiestandaard, waardoor ook grensoverschrijdende communicatie gemakkelijk kan plaatsvinden.
De regio Amsterdam (Brandweer, Ambulancehulpverlening, KMAR Schiphol en de regiopolitie Amsterdam-Amstelland) is de start van dit project, waarbij alle communicatie apparatuur vervangen gaat worden.
Op 1 april 1999 is de bouw van het netwerk gegund aan het Consortium Tetraned/Motorola. Op 1 september 1999 is begonnen met de Europese aanbestedingsprocedures voor de aanschaf van radiobedienapparatuur en randapparatuur. Verwacht wordt dat het jaar 2000 met name gebruikt gaat worden voor de technische realisatie en testen van het nieuwe systeem. In het begin van het jaar 2001 zullen met name de functionele en operationele testen centraal staan, waarna tijdens de zomer van 2001 begonnen zal worden met het operationeel werken met C2000 in het zevende district, de mobiele eenheid en het Communicatie Informatie Centrum (CIC). In het jaar 2002 zal begonnen worden met de uitrol van C2000 over het gehele korps en de rest van het land. Verwacht wordt dat in 2004 het hele land C2000 zal gebruiken.
Binnen het project C2000 wordt ook gezocht naar een nieuwe Mobiele Data Terminals (MDT) voor in de surveillancevoertuigen, inclusief de uitbreiding van de bevragingsmogelijkheden op deze MDT. Er wordt gestreefd gelijktijdig met C2000 een nieuwe MDT te introduceren.
Ter realisatie van het project heeft de korpsleiding een projectteam in het leven geroepen. Het projectteam is ondergebracht bij de Dienst Materiële Ondersteuning en is samengesteld uit personen afkomstig van vele diensten en bureaus uit het korps, onder andere de Dienst Informatie en Automatisering, het CIC, Bureau Telecommunicatie, Bureau Opleidingen en Dienst Centrale Recherche.
5.2. Ontwikkelingen in de bedrijfsvoering
- Informatiehuishouding/ Kennis- en expertisecentrum/ Stuurhut
Steeds meer blijkt dat voor adequaat politiewerk goede kennis en expertise nodig is. De wil om beter te sturen op resultaten en capaciteitsinzet vergroot de behoefte aan een adequate informatiehuishouding, zowel ten aanzien van de interne bedrijfsvoering als ten aanzien van het operationele werk en de daarvoor benodigde vakkennis en expertise. Er is daarom behoefte aan het vasthouden, opslaan en verbeteren van die kennis om er, indien noodzakelijk, direct en in toepasbare vorm over te kunnen beschikken.
Binnen de jaren 2000 en 2001 dient het korps te komen tot de inrichting van een kenniscentrum en een raadpleegbare kennisbank (in de vorm van Intranet) onder een professioneel beheer.
In de ontwikkeling van de Stuurhut, het data-warehouse, vindt binnenkort ontsluiting plaats van landelijke systemen via GIDS. Het landelijke Informatiemodel Nederlandse Politie wordt gebruikt voor het weergeven van de korpsresultaten. In 2000 vindt de ontsluiting plaats van de eerste tien systemen/informatiebronnen. Hieronder vallen onder andere de geregistreerde misdrijven en overtredingen uit Xpol en Tobias, de meldingen die bij de meldkamer binnenkomen, bestede uren, financiën en demografische gegevens.
In 2000 zal ook het openbaar Ministerie op het politie Intranet worden aangesloten. Daarmee worden de onderdelen van de Stuurhut voor Justitie beschikbaar. Van belang hierbij is de koppeling tussen Xpol en Compas, alsmede de registratie van processen-verbaal welke vanuit de politie naar het Openbaar Ministerie gaan. Deze activiteiten vloeien voort uit de gemaakte ketenafspraken en dienen in 2000 definitief geregeld te zijn.
In het jaar 2000 dienen nog tal van (organisatorische) maatregelen getroffen te worden teneinde de informatiehuishouding beter te laten functioneren. Zo zijn in dit verband inmiddels reorganisaties in gang gezet bij het Bureau Recherche Informatie, de Dienst Informatiezaken en Automatisering en de Staf. Deze reorganisaties dienen in 2000 te worden afgerond.
- De vorming van een Binnenstadsdistrict
Met de vorming van het binnenstadsdistrict is in het achterliggende jaar goede voortgang geboekt. De nieuwe grenzen van de districten zijn inmiddels operationeel en beide districten opereren inmiddels als een geheel onder een nieuwe naam. De vorming van het onderdeel Ondersteuningsteam Binnenstad van het district zal in 2000 zijn eindfase beleven en daarmee zal de reorganisatie van de binnenstad zijn afgerond. Dit ondersteuningsteam, dat zal bestaan uit 76 politiemensen, zal belast worden met het toezicht, het bevorderen van de leefbaarheid en met de handhaving van de openbare orde in de binnenstad.
- De Bedrijfsvoering binnen de wijkteams
In 1999 is gestart met de invoering van een aantal aanpassingen in de bedrijfsvoering van de wijkteams en ondersteunende diensten om de gestelde doelen op het resultaatgebied dienstverlening te bereiken, te weten:
- De invoering van een politie service unit (call center);
- Een efficiëntere organisatie van de noodhulp;
- De invoering van een dienstverleningseenheid op wijkteamniveau;
- Arrestantenlogistiek.
De politie service unit, binnen het communicatie- en informatiecentrum, wordt een eenheid die zo veel mogelijk meldingen van burgers zelfstandig, maar ter ondersteuning van de wijkteams zal afhandelen.
Bezien wordt nog op welke wijze de noodhulp (spoedeisende aanvragen) georganiseerd zal moeten worden. De gedachten gaan uit naar een organisatie per district in plaats van per wijkteam, met als achterliggend doel het terugdringen van het capaciteitsbeslag. Het besluit om het werken met arrestanten te scheiden van het zorgen voor arrestanten, moet niet alleen de kwaliteit van de zorg vergroten, maar levert ook capaciteitswinst op voor de wijkteams en werkt kostenbesparend. Het cellengebouw op het hoofdbureau wordt thans gerenoveerd. De bouw van twee andere centrale cellenhuizen is in voorbereiding.
Zoals al eerder gesteld zal voorts aan de organisatie van grootschalig en bijzonder politieoptreden dusdanig vorm worden gegeven worden dat zo min mogelijk beslag gelegd wordt op de capaciteit van de wijkteams. De gedachten gaan uit naar een uitzendorganisatie in de vorm van een regionaal ondersteuningsteam, dat "calamiteiten" (waar en van welke aard dan ook) opvangt, regionale teams vorm geeft, toezicht- en ordetaken verricht, et cetera.
Verwacht mag worden dat door deze verbeteringen aan te brengen in de bedrijfsvoering van de wijkteams, er meer capaciteit beschikbaar zal komen voor de projectmatige inzet van medewerkers.
|