|
Nederlandse wetgeving gedetaileerd
Besluit van houdende regels met betrekking tot de technische aftapbaarheid van
openbare telecommunicatienetwerken en -diensten en de, inzake aftappen, te nemen
organisatorische en personele maatregelen en te treffen voorzieningen
(Besluit aftappen openbare telecommunicatienetwerken en -diensten)
Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 20 mei 1998,
nr. HDTP/98/1552/HW, Hoofddirectie Telecommunicatie en Post;
Gelet op de artikelen 13.1, tweede, en 13.2, derde lid, van de
Telecommunicatiewet;
De Raad van State gehoord (advies van 13 augustus 1998, no. W09.98.0221);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van ...
..............,
nr. HDTP/98/3602/LF, Hoofddirectie Telecommunicatie en Post;
HEBBEN GOEDGEVONDEN EN VERSTAAN:
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. wet: Telecommunicatiewet;
b. aanbieder: aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk of van een
openbare telecommunicatiedienst;
c. bijzondere last: bevoegd gegeven last tot aftappen;
d. gebruiker: degene die rechtstreeks met de aanbieder een overeenkomst is
aangegaan met betrekking tot de levering van een openbaar
telecommunicatienetwerk of een openbare telecommunicatiedienst, welke is
aangewezen krachtens artikel 4;
e. ISDN: systeem voor openbare paneuropese digitale vaste communicatie te land,
zoals omschreven in de bijlage bij aanbeveling nr. 86/659/EEG van de Raad van de
Europese Gemeenschappen van 22 december 1986 betreffende de gecoinvoering van
het Digitale Netwerk voor gediensten (ISDN) in de Europese Gemeenschap (PbEG L
382).
Artikel 2
De aanbieder richt zijn openbare telecommunicatienetwerk of openbare
telecommunicatiedienst zodanig in dat aan de volgende vereisten wordt voldaan:
a. een bijzondere last wordt uitgevoerd op basis van het daarin door de
lastgever vermelde nummer van de af te tappen gebruiker;
b. op eenzelfde tijdstip kan een bij ministeriregeling te bepalen promillage van
de op een openbaar telecommunicatienetwerk of een openbare
telecommunicatiedienst aangeslotenen worden afgetapt;
c. een bijzondere last wordt onverwijld uitgevoerd op het tijdstip en gedurende
de periode die in de bijzondere last is vastgelegd;
d. de uitvoering van een bijzondere last is niet waarneembaar voor gebruikers
noch voor anderen die door middel van een openbaar telecommunicatienetwerk of
openbare telecommunicatiedienst in verbinding staan met gebruikers;
e. telecommunicatie, verkregen door middel van aftappen, wordt op het moment van
ter beschikking komen door middel van een ISDN-verbinding doorgegeven aan de in
de bijzondere last vermelde personen of instanties;
f. telecommunicatie, verkregen door middel van aftappen, wordt door de aanbieder
ontdaan van eventueel door hem aangewende cryptografie en andere door hem
aangewende bewerkingen en als zodanig aan de in de bijzondere last vermelde
personen of instanties doorgegeven;
g. de kwaliteit van de telecommunicatie, verkregen door middel van aftappen,
zoals deze wordt doorgegeven, is vergelijkbaar met de kwaliteit van de
oorspronkelijke telecommunicatie;
h. de af te tappen telecommunicatie van verschillende gebruikers kan, indien een
of meer bijzondere lasten daartoe verplichten, tegelijkertijd aan de in de
bijzondere last vermelde personen of instanties worden doorgegeven;
i. indien een of meer bijzondere lasten daartoe verplichten wordt de af te
tappen telecommunicatie met betrekking tot een en dezelfde gebruiker
tegelijkertijd doorgegeven aan de verschillende, in de bijzondere last vermelde
personen of instanties, met een maximum van drie;
j. telecommunicatie welke door middel van doorschakeling naar een ander openbaar
telecommunicatienetwerk dan wel naar een ander netwerkaansluitpunt wordt geleid,
moet kunnen worden afgetapt;
k. de uitgevoerde bijzondere last wordt door de aanbieder ten behoeve van de
lastgever bijgehouden in een register.
Artikel 3
De voorzieningen door middel van welke de ten behoeve van aftappen verkregen
telecommunicatie door de aanbieder wordt doorgegeven zijn in overeenstemming met
het bij ministeriregeling vast te stellen technisch protocol.
Artikel 4
Bij ministeriregeling kunnen nadere regels inzake technische aftapbaarheid
worden gesteld met betrekking tot de bij die regeling aan te wijzen openbare
telecommunicatienetwerken en openbare telecommunicatiediensten. Tevens kunnen
regels worden gesteld ten aanzien van de door een aanbieder te nemen personele
maatregelen en te treffen voorzieningen met betrekking tot aftappen.
Artikel 5
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Artikel 6
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit aftappen openbare
telecommunicatienetwerken en -diensten. Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
DE STAATSSECRETARIS VAN VERKEER EN WATERSTAAT,
Nota van toelichting
1. Algemeen
In dit besluit is uitvoering gegeven aan de artikelen 13.1, tweede lid, en
13.2, derde lid, van de Telecommunicatiewet. Het besluit bevat regels voor
aanbieders inzake de technische aftapbaarheid van openbare
telecommunicatienetwerken en -telecommunicatiediensten, de te nemen
organisatorische en personele maatregelen en de te treffen voorzieningen in het
kader van een bevoegd gegeven bijzondere last tot aftappen.
De regels zijn ontleend aan de Resolutie van de Raad van de Europese Unie inzake
de legale interceptie van telecommunicatieverkeer van 17 januari 1995
(PbEG C 329). Aangezien het besluit van belang is voor de mogelijkheden tot
opsporing en vervolging is het besluit in overleg met de Ministers van Justitie
en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties totstandgekomen. De genoemde
ministers hebben ervoor zorg gedragen dat afstemming heeft plaatsgevonden met de
instanties die belast zijn met opsporing en vervolging.
De eisen, opgenomen in de aftapregelingen die krachtens het Besluit vergunningen
mobiele telecommunicatie en het Besluit kabelgebonden
telecommunicatie-infrastructuur zijn vastgesteld, zijn grotendeels in het
onderhavige besluit overgenomen. Dat geldt ook voor de regels inzake aftappen,
opgenomen in het Besluit algemene richtlijnen telecommunicatie, en de
aftapvoorschriften voor het terrestrische systeem voor openbare telecommunicatie
met vliegtuigen (TFTS).
Het onderhavige besluit bevat algemene bepalingen inzake technische
aftapbaarheid die gelden voor alle aanbieders van openbare
telecommunicatienetwerken en -diensten. De meer gedetailleerde eisen inzake
technische aftapbaarheid, die per aangewezen telecommunicatienetwerk en -dienst
kunnen verschillen, zullen worden opgenomen in een ministeriregeling.
Voor een nadere uitwerking bij ministeriregeling is gekozen omdat daarmee op
eenvoudige wijze kan worden ingespeeld op toekomstige ontwikkelingen die kunnen
leiden tot nieuwe telecommunicatienetwerken en -diensten die ook aftapbaar
moeten zijn.
Voorts wordt opgemerkt dat geheimhouding ter zake van gegevens met betrekking
tot een bijzondere last van cruciaal belang is. Verwezen wordt naar het bepaalde
in artikel 13.5, eerste lid, van de Telecommunicatiewet. Nu de
Telecommunicatiewet zelf regels bevat terzake van bedoelde geheimhouding is de
eis van geheimhouding, anders dan tot nu toe het geval was, niet opgenomen in
het onderhavige besluit.
Overigens wordt in dit verband nog opgemerkt dat door de Minister van Verkeer en
Waterstaat, in overeenstemming met de Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties, op grond van de Wet veiligheidsonderzoeken (Stb.
1996, 525) bij de aanbieders vertrouwensfuncties kunnen worden aangewezen.
Een ontwerp van het onderhavige besluit is voorgelegd aan het Permanent
overlegorgaan post en telecommunicatie. Het overlegorgaan heeft in zijn rapport
van bevindingen van 6 april 1998, OPT 98/41, enkele opmerkingen gemaakt.
Inzake de opmerking van het overlegorgaan dat het besluit onvoldoende rekening
houdt met Internet-dienstaanbieders kan het volgende worden vermeld. De Tweede
Kamer der Staten-Generaal heeft een motie aangenomen (kamerstukken II 1997/98,
25 533, nr. 64) om gedurende een nader te bepalen overgangsperiode ontheffing te
verlenen op grond van artikel 13.8 van de Telecommunicatiewet inzake het
aftapbaar maken van internet-verkeer. Aan deze motie zal uitvoering worden
gegeven. Gedurende deze overgangsperiode moet uiteraard wel medewerking worden
verleend aan de bevoegde autoriteiten op grond van artikel 13.2 van de
Telecommunicatiewet.
Een ontwerp van het onderhavige besluit is eveneens voorgelegd aan
het college, genoemd in artikel 2 van de Wet Onafhankelijke post- en
telecommunicatieautoriteit. Het ontwerp gaf het college geen aanleiding tot het
maken van opmerkingen.
2. Artikelsgewijze toelichting
Artikel 2, onder a
Voor het aftappen is het voorhanden hebben van een identiteitskenmerk van de
gebruiker vereist. Verwezen wordt naar de begripsbepaling van nummer in artikel
1.1, onder t, van de Telecommunicatiewet.
Artikel 2, onder b
De aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk of een openbare
telecommunicatiedienst moet zodanige aftapvoorzieningen treffen, dat
tegelijkertijd een bepaalde hoeveelheid aangeslotenen afgetapt kunnen worden. De
grootte van deze capaciteitseis wordt enerzijds bepaald door het belang van
strafvordering en anderzijds door wat redelijkerwijs aan verplichtingen op dit
punt aan de aanbieder kan worden opgelegd. In elk geval zal die verplichting de
toets van doelmatigheid moeten kunnen doorstaan. De verplichting voor de
aanbieder wordt geconcretiseerd in een ministeriregeling in de vorm van een vast
te stellen promillage van het aantal aangeslotenen.
Artikel 2, onder c
De hier neergelegde verplichting houdt in dat de aanbieder er zorg voor draagt
dat een eenmaal ingestelde tap tijdens de periode die in de bijzondere last is
vermeld ook in stand blijft.
Artikel 2, onder d
De bruikbaarheid voor de lastgever van het opsporingsmiddel om telecommunicatie
af te tappen valt of staat met het feit dat dit niet door de betrokkenen wordt
waargenomen.
Artikel 2, onder e
Deze bepaling omvat de verplichting voor de aanbieder de afgetapte
telecommunicatie direct ter beschikking te stellen aan de in de bijzondere last
vermelde personen of instanties. De verzending van de afgetapte telecommunicatie
naar de in de last vermelde personen of instanties gebeurt door middel van
ISDN-lijnen, conform het in artikel 3 voorgeschreven technisch protocol.
Artikel 2, onder g
Kwaliteitsverlies bij het aftappen van telecommunicatie is vrijwel niet uit te
sluiten. Waar het in deze bepaling om gaat is dat de kwaliteit van de
telecommunicatie tijdens het aftappen en bij het doorgeven daarvan zoveel
mogelijk wordt gewaarborgd, voorzover dit binnen de verantwoordelijkheid van de
aanbieder valt.
Artikel 2, onder i
Dit voorschrift ziet op situaties waarin verschillende bijzondere lasten
betrekking hebben op een en dezelfde gebruiker, bijvoorbeeld als deze gebruiker
betrokken is bij verschillende gerechtelijke vooronderzoeken. De aanbieder moet
dan in staat zijn de afgetapte telecommunicatie tegelijkertijd aan meer dan een,
met een maximum van drie, in de diverse bijzondere lasten genoemde
personen of instanties door te geven. Het maximum is bepaald op drie,
aangezien een verdergaande eis redelijkerwijs niet opgelegd kan worden aan de
betrokken ondernemingen.
Artikel 2, onder j
Dit voorschrift ziet op die situaties dat indien telecommunicatie is
doorgeschakeld naar een ander openbaar telecommunicatienetwerk, dan
wel netwerkaansluitpunt, de telecommunicatie voor de lastgever
beschikbaar blijft.
Artikel 2, onder k
Het betreft hier een voorschrift dat niet eerder voorkwam in de aftapregelingen
die krachtens de het Besluit vergunningen mobiele telecommunicatie en op het
Besluit kabelgebonden telecommunicatie-infrastructuur zijn vastgesteld.
Het voorschrift houdt verband met de aanspraak op vergoeding uit s Rijks kas die
aanbieders krachtens artikel 13.6, tweede lid, van de Telecommunicatiewet hebben
inzake de door hen gemaakte administratiekosten en personeelskosten. Op
basis van het aantal in een register bijgehouden uitgevoerde bijzondere lasten
komt de aanbieder in aanmerking voor bedoelde vergoeding.
Artikel 3
Dit voorschrift ziet op de voorzieningen waarmee en de wijze waarop
de inhoud van de af te tappen telecommunicatie door de aanbieders wordt
aangeleverd. Voorkomen moet worden dat bepaalde apparatuur niet uitwisselbaar
is. Het door de aanbieders te gebruiken technisch protocol wordt vastgesteld bij
ministeriregeling. Afstemming met alle betrokken partijen (Ministeries van
Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties en de aanbieders) over
het te gebruiken technisch protocol is gewenst.
Artikel 4
Dit artikel biedt de grondslag om bij ministeriregeling bepaalde aanvullende
eisen te stellen die voor de diverse openbare telecommunicatienetwerken en
openbare telecommunicatiediensten kunnen verschillen en die gelden benevens de
algemene, voor alle openbare telecommunicatienetwerken en -diensten,
in het onderhavige besluit gestelde eisen. Tevens kunnen er regels worden
gegeven ter zake van te nemen personele maatregelen met het oog op de waarborg
dat de geheimhouding met betrekking tot het aftappen zoveel mogelijk is
verzekerd.
DE STAATSSECRETARIS VAN VERKEER EN WATERSTAAT,
|